Doorlopend vaardig voor de toekomst

Een museumbezoek? Een eenmalige workshop? Leuk en leerzaam voor leraren en leerlingen, maar niet automatisch onderdeel van kwalitatief en doorlopend cultuuronderwijs... Daarvoor zijn visie en een logische opbouw van leerlijnen binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie nodig. Maar dat is nog niet zo eenvoudig als het klinkt.

Want hoe vertaal je als school nou de kerndoelen van kunstzinnige oriëntatie naar meerdere leerjaren? En hoe laat je dan de lesactiviteiten op elkaar voortbouwen zodat je voor verdieping zorgt? Doorlopende leerlijnen, onderzoek naar cultuureducatie en werken aan het herkennen van creatieve processen bij leerlingen bieden antwoord.

Van losse les naar leerlijn

De wens om losse cultuurlessen met elkaar en andere vakken te verbinden, leverde binnen Cultuureducatie met Kwaliteit al diverse leerlijnen op. Bijvoorbeeld de leerlijn Culturele Haven in Flevoland. Digitale lesmaterialen voor de leerkracht, workshops van professionele kunstenaars en muzikanten, theatervoorstellingen van BonteHond en excursies sluiten binnen deze leerlijn op elkaar aan. Net zoals dat bij andere vakken als taal en rekenen gebeurt. In de lessen staat het erfgoed van de eigen omgeving van de kinderen centraal. Zo leren leerlingen van groep 1 tot en met 8 via muziek, theater en beeldende kunst over hun cultureel erfgoed terwijl zij tegelijkertijd hun eigen talent ontdekken. Leerkrachten op hun beurt praten, denken en ontwikkelen mee binnen de leerlijn zodat de lessen goed aansluiten bij de leefwereld van hun leerlingen.

Ieder kind ontwikkelt zijn eigen talenten: de één maakt een mooie tekening, terwijl de ander een verhaal schrijft.

Herkennen, stimuleren en versterken

Sommige leerlijnen nemen een discipline zoals erfgoed, muziek of dans als uitgangspunt. Een andere mogelijkheid is beginnen bij het herkennen en stimuleren van het creatieve proces bij kinderen. Daarmee wordt de creatieve ontwikkeling van leerlingen een doorlopend proces. Wat hun creatieve en 21e eeuwse vaardigheden versterkt. Dat is wat leerkrachten, educatief medewerkers en kunstvakdocenten leren binnen het programma Cultuurhelden van de VAK in Delft. Naast het herkennen van creatieve processen richten deelnemers zich ook op het ontwikkelen van cultuurlessen die aansluiten op de vraag van de school. Daarnaast krijgen leerkrachten trainingen in het kader van hun deskundigheidsbevordering in bepaalde creatieve vakken.

Leren om het creatieve proces van leerlingen te herkennen. Wat levert dat op?

  • Voor kunstvakdocenten

Kunstvakdocenten die voorheen onbewust gericht waren op hun eigen creatieve proces, richten zich nu bewust op het herkennen en begeleiden van het creatieve proces van hun leerlingen.

  • Voor leerkrachten

Ook leerkrachten kunnen leerlingen dankzij de training beter helpen bij hun creatieve proces. Daarnaast beheersen zij de vaardigheden in de kunstvakken beter en weten zij de creatieve vakken nu te verbinden met diverse onderwerpen.

  • De leerlingen

Leerlingen kunnen nu bijvoorbeeld tekenen of theater gebruiken om oplossingen of antwoorden te vinden. Met de leerkracht en vakdocent beschikbaar om dit doorlopende creatieve proces te begeleiden.

Hoe zet je cultuureducatie in ter bevordering van de 21e eeuwse vaardigheden?

Cultuureducatie onderzocht

Doorlopende leerlijnen ontwikkelen en het herkennen van creatieve processen zijn manieren om 21e eeuwse vaardigheden van leerlingen te versterken. Hoe kun je cultuureducatie hier nog meer succesvol bij inzetten? Dit onderzocht het lectoraat Didactiek en Inhoud van de Kunstvakken van Hogeschool Windesheim. Dit onderzoeksproject – D21 genaamd – sluit aan bij het programma Cultuureducatie met Kwaliteit, omdat de uitkomst bijdraagt aan het verankeren van cultuureducatie in het basisonderwijs.

Interview met ICC'er en Cultuurcoördinator Dominique van Egeraat
Ieder kind een kans om mee te doen aan kunst en cultuur

Bewust de toekomst tegemoet

Het team van D21 onderzoekt wat scholen op het gebied van cultuureducatie doen, wat ze ermee willen en welke aanpak goede resultaten oplevert. Om zo inspirerende adviezen te kunnen geven. Het onderzoek schrijft scholen niets voor, omdat elke situatie uniek is. Wel probeert de onderzoeksgroep een aantal ideale scenario’s voor het inzetten van cultuureducatie te ontwikkelen die passen bij deze tijd. Veel scholen werken al aan het ontwikkelen van 21e eeuwse vaardigheden, alleen zijn ze zich daar niet altijd van bewust. Doordat zij zich binnen D21 nu echt in cultuureducatie verdiepen gaan leerkrachten anders naar het aanbod kijken en gaan zij anders met projecten om. Zo zorgt het onderzoek D21 voor meer bewustwording bij scholen wat het makkelijker voor hen maakt om met de ontwikkelingen mee te gaan.

‘Basisschoolleerlingen hebben 21e eeuwse vaardigheden nodig om in onze hedendaagse samenleving te kunnen functioneren. Denk aan: creativiteit, kritisch denken, probleemoplossend vermogen, communicatie, samenwerken, digitale geletterdheid en sociale en culturele vaardigheden. Wij onderzoeken hoe cultuureducatie kan bijdragen aan het ontwikkelen van deze vaardigheden zodat we scholen, leerkrachten en lerarenopleidingen handvatten kunnen geven om hiermee aan de slag te gaan.’

Jeroen Lutters, onderzoeksleider D21 en lector Didactiek en Inhoud van de Kunstvakken, Hogeschool Windesheim.

Losse cultuurlessen met elkaar en andere vakken verbinden. Daar werken we aan binnen CmK.

Buiten de vakken denken

Vakoverstijgend werken is een andere manier om cultuureducatie beter te verankeren in het onderwijs. Zo zet ICC-er Ingrid Gorter zich op Basisschool het Noorderlicht in Eemnes in voor vakoverstijgende projecten: ‘We laten leerlingen meer zelf en met elkaar ontdekken. Zij komen met vragen en antwoorden, niet wij. Dat geeft ze zelfvertrouwen. Kinderen schrijven op wat zij al weten over een onderwerp. Daar praten we dan over om vervolgens onderzoeksvragen op te stellen waarna we leerlingen stimuleren om zelf de antwoorden te zoeken en te formuleren. Ik merk dat leerlingen hier heel enthousiast en gemotiveerd aan meedoen. Dat is het mooie van vakoverstijgend werken: ook als je niet van een bepaald vak houdt, kun je plezier hebben in het project. Ieder kind ontwikkelt bovendien zijn eigen talenten: de één maakt een mooie tekening, terwijl de ander een verhaal schrijft. Omdat ze bezig zijn met hetzelfde doel, helpen ze elkaar graag en werken ze veel samen. Dat is heel leuk om te zien.’